‘Een studiekeuze is geen keuze voor de rest van je leven’
Loopbaanbegeleiding begint al vóór de eerste baan. Studiekeuze- en loopbaancoach Annemiek de Dood helpt jongeren en werkenden richting te vinden. “Veel jongeren denken dat ze iets moeten kiezen waar ze hun hele leven aan vastzitten. Als je dat loslaat, geeft dat enorm veel lucht.”
Dat Annemiek de Dood ooit in studie- en loopbaanbegeleiding terecht zou komen, zat er eigenlijk al vroeg in. Het begon met een dik boek dat haar moeder in huis haalde voor haar zus: een gids vol opleidingen en beroepen. “Mijn moeder had zelf nooit de kans gekregen om door te studeren. Ze wilde verpleegkundige worden, maar moest van school. Voor haar dochters wilde ze andere mogelijkheden. Toen dat boek bij ons thuis kwam, vond ik het fantastisch. Ik zat er voortdurend in te bladeren.” 
Zo fantastisch zelfs dat ze op de middelbare school al onderzocht hoe je loopbaanadviseur kon worden. Haar zus hielp die ambitie overigens snel om zeep. “Die zei: dan moet je dat hele boek uit je hoofd kennen. Ik dacht: laat dan maar!”
Maar het vak liet haar uiteindelijk niet los.
Zelf ook zoeken
Want hoewel de belangstelling voor studie en beroep er vroeg was, verliep Annemieks studiekeuze allesbehalve volgens een rechte lijn. Ze ging van mavo naar havo en vervolgens naar het atheneum. Bij iedere overstap kwam dezelfde vraag terug: wat wil ik eigenlijk? “Ik werd niet enthousiast van het aanbod en heb behoorlijk gestruggeld om iets te vinden wat bij me paste.”
Uiteindelijk koos ze voor de hbo-studie Sociaal Juridische Dienstverlening. Na een stage bij de Universiteit van Amsterdam kwam ze opnieuw in aanraking met studie- en beroepskeuze. Toen haar manager iemand zocht voor het onderdeel studie- en beroepskeuze van het Documentatiecentrum, hoefde Annemiek niet lang na te denken. “Ik vond het zó leuk. Ik heb meteen gevraagd of ik er opleidingen in mocht volgen.”
Zo kwam ze alsnog terecht in het vak waar ze als tiener al nieuwsgierig naar was.
Inmiddels begeleidt ze als Register Loopbaanprofessional al ruim twintig jaar jongeren, studenten en werkenden bij studie- en loopbaankeuzes. Vanuit haar eigen praktijk werkt ze als zelfstandig studiekeuze- en loopbaanadviseur en trainer. Daarnaast is ze loopbaancoach en trainer bij het Student Careers Centre van de Universiteit van Amsterdam.
‘Waar moet ik beginnen?’
Studiekeuzebegeleiding klinkt misschien als een heel specifiek onderdeel van het vak. Wie Annemiek hoort vertellen, merkt al snel hoeveel klassieke loopbaanvragen erin samenkomen. Wie ben ik? Wat kan ik? Waar krijg ik energie van? Wat past bij mij? Welke mogelijkheden zijn er? En hoe durf ik uiteindelijk een richting te kiezen?
Vooral dat laatste is lastig. “Jongeren lopen tegen allerlei dingen aan. Er zijn ontzettend veel mogelijkheden, ouders hebben soms ideeën over wat bij hen past en er is de angst om verkeerd te kiezen. Maar wat ik het vaakst merk, is: waar moet ik beginnen? Hoe breng ik structuur aan in alles wat er mogelijk is?”
Daar ziet ze een belangrijke rol voor de loopbaanprofessional. Niet de keuze overnemen, maar helpen het keuzeproces behapbaar te maken. “Aan het einde van een gesprek voelen jongeren zich vaak zekerder. Ze weten: dit zijn de stappen die ik nu kan zetten. Dat vertrouwen meegeven vind ik heel belangrijk.”
De perfecte keuze bestaat niet
Want achter de twijfel zit volgens haar vaak een hardnekkig idee: als ik nu kies, moet dit het zijn. “Veel jongeren denken echt dat ze hun hele leven aan die keuze vastzitten.” Om dat beeld los te maken, laat Annemiek jongeren om zich heen kijken. Wat hebben hun ouders gestudeerd? Hun ooms en tantes? Ouders van vrienden? En doen die mensen nu nog precies waarvoor ze ooit zijn opgeleid? “Dan zien ze dat loopbanen helemaal niet zo recht lopen. Dat geeft vaak letterlijk lucht. Je mag ergens beginnen zonder dat je nu al hoeft te weten waar je over twintig jaar staat.”
Een studie die achteraf niet blijkt te passen, ziet ze daarom niet alleen als een mislukte keuze. “Natuurlijk kan het heel vervelend zijn. Iemand kan onzeker worden of in een dip raken. Maar ik probeer ook te laten zien: het is een leerervaring. Je hebt kennis opgedaan, misschien vrienden gemaakt en je weet in ieder geval beter wat je níét wilt.”
En kiezen zonder ooit verkeerd te kiezen? Dat bestaat volgens haar niet. “Verkeerd kiezen is inherent aan kiezen. Je probeert ook weleens een hobby uit die niets voor je blijkt te zijn.” Interessanter is de vraag wat iemand van die eerste keuze kan leren. “Dan kijk ik: hoe heb je de vorige keer gekozen? Ben je naar open dagen geweest? Heb je met mensen gesproken? Heb je je echt verdiept? Vaak valt daar nog veel te halen.”
Verkeerd kiezen is inherent aan kiezen
Ouders: goed bedoeld, maar …
Meestal nemen ouders het eerste contact op voor een studiekeuzetraject. In de gesprekken met de jongere werkt Annemiek meestal één-op-één, zodat diegene vrij kan onderzoeken en antwoorden. Ouders kunnen vooraf of achteraf uiteraard betrokken worden. “Ik wil dat een jongere vrij antwoord kan geven.”
Ze heeft in het verleden vaak genoeg meegemaakt wat er gebeurt als ouders wel aanschuiven. “‘Psychologie past heel goed bij jou’, zegt een moeder dan bijvoorbeeld. Maar soms hoor je vooral de wens of ervaring van die ouder zelf.” Annemiek is daar duidelijk over tegen jongeren. “Ik zeg altijd: ik snap dat je ouders het beste met je voorhebben, maar jíj moet het uiteindelijk doen. Als jij iedere ochtend ongemotiveerd naar je studie gaat, werkt het niet.” Die eigen regie vindt ze essentieel.
Niet meer denken in één beroep
Ook inhoudelijk is studiekeuzebegeleiding veranderd. Toen Annemiek begon, draaide het veel sterker om beroepen en opleidingen. Inmiddels kijkt ze breder. “Je moet niet meer alleen in beroepen denken. Welke vaardigheden zet iemand graag in? Waar wordt iemand nieuwsgierig van? Waar krijgt iemand energie van?” Dat past bij een arbeidsmarkt waarop functies veranderen en loopbanen steeds minder langs één voorspelbare lijn lopen. De keuzevragen van jongeren verschillen daarin niet zoveel van die van werkenden. “Of je nu aan het begin van je loopbaan staat of al jaren werkt: je blijft onderzoeken, kiezen en bijsturen.”
Ook interesses hoeven niet allemaal in één studie of baan samen te komen. “Je hoeft niet één ding te doen.” Iemand die gek is op sport hoeft bijvoorbeeld niet per se topsporter te worden. Misschien past een baan bij een sportorganisatie of sportmerk. En wie graag schrijft maar voor een andere studie kiest, kan die interesse daarnaast ruimte blijven geven. “Soms kijken mensen daar echt van op. Twee dingen naast elkaar doen, vrijwilligerswerk of interesses op een andere manier combineren: er is veel meer mogelijk. Voor mij is dat heel logisch.”
Je hoeft niet één ding te doen
Droom najagen en realistisch blijven
Dat betekent niet dat arbeidsmarktkansen geen rol spelen. Annemiek bespreekt die juist wel. Alleen zijn ze voor haar niet automatisch doorslaggevend. “Als iemand iets wil doen in een sector waarin weinig kansen zijn, zeg ik dat eerlijk. Dan moet je misschien eerder beginnen met netwerken, relevante bijbanen zoeken, stages lopen en naar events gaan. Je zult er harder aan moeten trekken.” Maar: “Wie zegt dat jij niet degene bent die het wél haalt?”
Bovendien kan onderweg iets anders ontstaan. “Je kunt op weg naar je droomberoep iets tegenkomen wat óók heel leuk blijkt te zijn.” Precies daarin raakt studiekeuzebegeleiding aan loopbaanbegeleiding in de volle breedte van het vak: niet voorspellen hoe iemands toekomst eruitziet, maar leren bewegen, onderzoeken en bijsturen.
Studiekeuze verdient vakmanschap
Juist daarom vindt Annemiek dat studiekeuzebegeleiding serieus genomen moet worden. Op scholen ziet ze grote verschillen. Sommige scholen hebben gespecialiseerde decanen; elders wordt loopbaanoriëntatie erbij gedaan door een docent die er nauwelijks tijd voor heeft. “Als er al zo weinig tijd is, bied jongeren dan in ieder geval iets goeds aan.”
Ze zou graag zien dat jongeren structureler worden geholpen om zichzelf en hun mogelijkheden te onderzoeken. Niet door op jonge leeftijd al één beroep te moeten aanwijzen, maar door nieuwsgierigheid te stimuleren, vaardigheden en interesses te verkennen en ervaringen op te doen. “Een dag meelopen kan al ontzettend nuttig zijn. Alleen al om je horizon te verbreden, ook als je daarna denkt: dit is helemaal niets voor mij.”
En ook de professional die jongeren begeleidt, moet volgens haar goed zijn toegerust. “Veel vlieguren maken, meekijken met anderen, leren doorvragen. Een opleiding is een basis, maar daarna begint het eigenlijk pas.”
Kwaliteit moet zichtbaar zijn
Voor Annemiek hoort haar certificering als Register Loopbaanprofessional bij dat vakmanschap. “Mensen kunnen daardoor zien dat ik mijn kennis bijhoud, aan intervisie doe en aan professionele eisen voldoe. Ik denk dat zo’n kwaliteitsregister vertrouwen geeft.” Zeker in een vakgebied waarin veel mensen zich coach of loopbaanadviseur kunnen noemen, vindt ze dat belangrijk. “Als ik zelf een professional zoek, kijk ik ook of iemand bij een beroepsvereniging is aangesloten. Het zegt iets over hoe serieus iemand met zijn vak bezig is.”
Ze heeft ook nog een tip voor haar vakgenoten: deel regelmatig je vakkennis via LinkedIn en tag Noloc waar dat relevant is. Zo maak je niet alleen je eigen expertise zichtbaar, maar zet je ook het loopbaanvak en de vereniging op de kaart bij potentiële coachees en werkgevers.
Een kleine schakel
Na ruim twintig jaar is Annemiek nog altijd even enthousiast over haar vak. De mooiste momenten? Een mailtje van iemand die jaren later laat weten te zijn afgestudeerd. Een oud-cliënt die iemand naar haar doorstuurt. Of een jongere die na een gesprek ineens weer weet hoe verder.
“Je bent maar een klein schakeltje in iemands studie of loopbaan. Maar dat kleine schakeltje kan wel iets in beweging zetten. Daar haal ik echt voldoening uit.”
Voorlopig denkt ze nog lang niet aan stoppen. “Mijn vriend is al bezig zijn schaapjes op het droge te krijgen, maar ik vind het helemaal niet erg om tot mijn 67e door te werken. Of langer”, zegt ze lachend. “Ik vind mijn vak nog veel te leuk. En ik hoef zelf niet te switchen.”