Arbeidsdeskundige BAM: ‘Hoe langer het verzuim, hoe lastiger de re-integratie’
Leefstijlcoaches, diëtisten, psychologen, budgetcoaches en ook loopbaanprofessionals. Bij (dreigende) uitval van personeel put bouwbedrijf BAM uit een heel arsenaal aan experts. Dat moet ook wel met het vergrijzende personeelsbestand, zegt arbeidsdeskundige Eddy Beverwijk. ‘Op allerlei manieren proberen we medewerkers zo lang mogelijk inzetbaar te houden.’
Door Map Oberndorff
Hoe zijn gemiddelde werkdag eruitziet? Eddy Beverwijk begint hard te lachen bij die vraag. Dat is ook voor hem iedere keer een verrassing, zegt de arbeidsdeskundige van bouwbedrijf BAM. Meestal kijkt hij pas de avond van tevoren in zijn agenda. Dan staat er bijvoorbeeld een afspraak met een timmerman met nekklachten op het programma, om op de bouwlocatie te kijken hoe zijn fysieke belasting omlaag kan. Of hij moet een zieke werkvoorbereider thuis bezoeken, om samen een re-integratieplan te maken. Het kan ook zijn dat hij op kantoor wordt verwacht voor een training aan een groep leidinggevenden, zodat ze signalen van mentale problemen sneller herkennen. Tussen al het gereis door is hij druk met overleggen met de bedrijfsarts en het inschakelen van hulp of zoeken naar beter passende functies voor medewerkers die zijn uitgevallen of dat dreigen te doen. Kortom, een baan met meer afwisseling kan hij nauwelijks bedenken. Beverwijk: ‘Dat maakt mijn werk ook zo leuk.’

Waar veel bedrijven de verzuimbegeleiding en re-integratie van medewerkers uitbesteden aan de arbodiensten en het UWV, houdt BAM de regie al twaalf jaar grotendeels zelf in de hand. De bouwmagnaat koos ervoor eigenrisicodrager te worden, om zo meer grip te houden op de verzuimkosten. Met bijna 7000 medewerkers in Nederland en een uitvalpercentage van nu zo’n 5,5 procent lopen die namelijk behoorlijk op. Samen met zes andere casemanagers en twee vitaliteitsadviseurs houdt Beverwijk zich bezig met alle aspecten rondom verzuimpreventie en re-integratie. Als arbeidsdeskundige onderzoekt hij bij langdurig ziekteverzuim wat een werknemer nog wél kan en adviseert hij over terugkeer naar de oude baan of overstap naar ander passend werk.
Is het fysiek zware werk in de bouw de belangrijkste reden voor uitval?
‘Naast lichamelijke overbelasting zijn ook medische aandoeningen en mentale problemen belangrijke oorzaken. Maar zeker op de bouwplaatsen zien we dat klachten in de nek, rug of gewrichten een grote rol spelen in ons verzuim. Het vergrijzende personeelsbestand versterkt dat probleem. Tegenwoordig kiezen weinig jongeren voor werk in de bouw, waardoor het tekort steeds verder oploopt. We hebben best veel medewerkers die al meer dan veertig jaar in dienst zijn. Op allerlei manieren proberen we hen zo lang mogelijk inzetbaar te houden.’
Hoe doe je dat?
‘Ze kunnen bijvoorbeeld via de 55 plus-regeling een dag in de week minder werken. Of we proberen ze te plaatsen op een lichtere functie, zoals die van leermeester. Daarbij dragen ze hun kennis en ervaring over aan een leerling. Verder kan iedere medewerker boven de veertig eens per twee jaar gebruikmaken van een medische check-up. Ze vullen dan ook een vragenlijst in over hun mentale gezondheid. Daarnaast krijgen ze elke vier jaar een gesprek met een adviseur duurzame inzetbaarheid die meekijkt hoe ze de eindstreep op een gezonde manier kunnen halen.’
Wat voor adviezen komen daaruit?
‘Ze horen bijvoorbeeld hoe ze hun levensstijl kunnen verbeteren, door gezondere voeding te nemen of te stoppen met roken. Wij bieden ze daarbij begeleiding aan, zoals gesprekken met een diëtist of leefstijlcoach. Bij psychische klachten kunnen we maatschappelijk werk of een psycholoog inschakelen.’
Staan medewerkers wel open voor dit soort hulp?
‘Niet allemaal, maar het merendeel maakt er wel gebruik van. Soms krijgen ze een duwtje van hun leidinggevende. Laatst vertelde iemand dat hij een gesprek had gevoerd met een medewerker met overgewicht. Als energiemonteur werkte die man veel op zijn knieën en dat lukte niet meer. Samen met een diëtist probeert hij nu af te vallen.’
Overgewicht is vaak zichtbaar, maar psychische problemen meestal niet. Hoe merken jullie mentale klachten op? Bouwvakkers staan ook nog bekend om hun houding van ‘niet lullen maar poetsen’.
‘Dat klopt, ze piepen niet snel en hebben de neiging te lang met klachten door te lopen. Maar er zijn signalen waarop leidinggevenden kunnen letten om verzuim te voorkomen. Door middel van trainingen en workshops geven we hen handvaten. Het gaat vaak om kleine veranderingen in gedrag. Een medewerker komt ineens te laat op het werk of heeft sinds een poosje last van een kort lontje. De twee vitaliteitsadviseurs zijn continu bezig om deze informatie overal in het bedrijf onder de aandacht te brengen, ook bij medewerkers zelf. Vaak komen mentale klachten door een combinatie van werkdruk en een privégebeurtenis, zoals een overlijden, scheiding of financiële problemen. We schakelen ook regelmatig een budgetcoach in die ze kan helpen het overzicht terug te krijgen.’
Wat gebeurt er als medewerkers ondanks deze preventieve maatregelen toch uitvallen?
‘Als iemand een paar weken thuiszit, trekken we aan de bel bij de leidinggevende en proberen we te achterhalen wat er aan de hand is. Heeft die persoon zijn been gebroken, dan is het herstelproces duidelijk. Maar als de oorzaak niet medisch is en we denken dat het weleens lang kan gaan duren, verwijzen we door naar de bedrijfsarts. Die maakt een prognose en geeft advies over de belastbaarheid van die persoon. Met die informatie onderzoek ik wat mogelijk is in het bedrijf.’
Hoe kun je een functie weer passend maken voor een uitgevallen medewerker?
‘Dat wisselt. Ik begeleid nu een dame met een kantoorfunctie die door een oogprobleem tijdelijk minder goed kan zien. Wij betalen mee aan de speciale bril die ze nodig heeft en regelen dat ze met een taxi naar haar werk kan. Als iemand rugklachten heeft door een zithouding, schaffen we de juiste bureaustoel aan.’
‘Voor een bouwvakker met forse rugslijtage is terugkeer naar de eigen rol natuurlijk lastig. Dan kijken we naar andere mogelijke plekken in het bedrijf. Zo heb ik een betontimmerman kunnen plaatsen op de materieelafdeling, voor de registratie van alle in- en uitgaande goederen.’ Met trotse blik: ‘Over twee maanden bereikt hij zijn pensioenleeftijd.’
Lukt het ook om mensen, voor wie een terugkeer niet mogelijk is, succesvol onder te brengen bij andere organisaties?
‘Nog niet zo vaak, want het gaat vaak om ernstige gevallen. Onze ervaring is dat hoe langer iemand in verzuim is, hoe lastiger het wordt. Mensen raken uit hun dagelijkse ritme, thuis lopen de spanningen vaak op. Soms is al vrij snel duidelijk dat iemand niet meer terug kan keren in zijn oude functie. We wachten dan niet het eerste jaar af (tot het tweede spoortraject ingaat, red.), maar gaan al eerder op zoek naar ander passend werk.’
Hoe langer iemand in verzuim is, hoe lastiger het wordt
‘Vorig jaar viel een jonge zij-instromer uit. Hij werd opgeleid tot monteur, maar kreeg zware rugklachten. Zelf zag hij het ook niet meer zitten om terug te komen. Ik heb hem gekoppeld aan een loopbaancoach. Zij heeft samen met hem gekeken waar zijn kwaliteiten liggen en wat voor rol zou passen. Hij loopt nu als verzorgende stage bij een zorginstelling.’
Zetten jullie vaker loopbaancoaches in bij de zoektocht naar ander werk?
‘Jazeker, we werken met verschillende bureaus en eenpitters. Het is belangrijk dat ze een goed netwerk hebben van werkgevers die ze kunnen bellen over kandidaten. Een timmerman met een versleten rug die zelf op een vacature solliciteert, is eigenlijk kansloos. Veel werkgevers zijn terughoudend om iemand met zo’n beperking aan te nemen. De gunfactor speelt een grote rol.’
‘Soms lukt het iemand trouwens toch om zelf een nieuwe baan te vinden. Ik begeleidde ooit een timmerman van 60 jaar met een kapotte schouder. Bij een groothandel waar hij eerder altijd zijn bouwmateriaal bestelde, vroeg hij of ze nog iemand zochten. Ze wisten dat hij veel technische kennis had en boden hem een parttime baan aan als orderpicker van moertjes en boutjes. Hij heeft daar nog jaren met plezier gewerkt.’
Heb je zelf weleens een poos thuisgezeten?
Lachend: ‘De laatste keer dat ik me ziek meldde, was zo’n dertig jaar geleden met een griepje. Dat komt denk ik ook, doordat ik mijn werk zo ontzettend leuk vind en echt toegevoegde waarde kan leveren. Als een collega ziek is of is vastgelopen, vraag ik altijd: waar word je weer happy van? Kun je dat nog terugvinden in je werk? En hoe staat je leidinggevende erin? Net als bij een privérelatie moet de liefde wel van beide kanten komen. Als dat niet zo is, ga daar dan niet tegen vechten, maar kies voor jezelf. Iedereen heeft kwaliteiten, je komt echt wel weer ergens anders terecht.’