Van hopeloos naar kansrijk
Khatchik Kaspar is een jobcoach met een missie: nieuwkomers die diep zijn weggezakt opnieuw perspectief bieden. Met de juiste taal, onvermoeibaar doorzettingsvermogen en oprechte aandacht maakt hij mensen van ‘hopeloos’ weer kansrijk. “Je hebt soms maar één persoon nodig die zegt: ik geloof in jou.”
Hij was nog maar veertien toen hij naar Nederland kwam. Khatchik Kaspar (43): een tiener, losgerukt uit zijn vertrouwde omgeving in Syrië, een nieuw land binnengeworpen met andere regels, een andere taal, een andere cultuur. Tien jaar duurde het voordat hij een verblijfsvergunning kreeg. Tien jaar van onzekerheid, rondzwerven, overleven. 
Nu, bijna dertig jaar later, zien we een bevlogen Register Jobcoach, ondernemer, trainer en lid van de interim-ledenraad van Noloc. Op LinkedIn zet hij Casper als roepnaam. Hij oogt vriendelijk, bescheiden, gepassioneerd met een scherpe blik op het werkveld en een enorme veerkracht. Iemand die kansen ziet waar anderen vooral belemmeringen zien.
Zijn missie? Mensen die als ‘hopeloos’ worden weggezet, weer kansrijk maken.
Jobcoaching is echt een ander vak dan loopbaanbegeleiding.
“Ja, dat is het ook,” zegt Casper direct. “Heel veel mensen denken: wat is het verschil eigenlijk? Het lijkt alsof het hetzelfde is. Maar de werkwijze en wat er bij kandidaten speelt, dat is echt een ander pad.”
Jobcoaching speelt zich vaak af bij mensen die in een diep dal zitten. Daar waar mensen soms al jaren langs de kant staan. Waar schulden, taalachterstand, trauma’s of stigma’s meespelen.
En juist dáár hoort hij te zijn.
Van beleid naar de praktijk
Hoe ben jij in dit vak gerold?
“Ik heb Bestuurskunde gestudeerd,” vertelt hij. “Ik was betrokken bij politiek en beleid. Leuk en aardig, maar ik merkte dat ik te veel op de achtergrond zat. Ik hoor tussen de mensen, aan de ‘frontlinie’.”
Hij werkte bij de RDW, volgde een korte coachopleiding, stapte over naar een sociale werkplaats en werd assistent-coach bij een afdeling met mensen met een beperking. “Dat was pittig. Maar ik koos daar bewust voor. Niet te ver weg van de realiteit. Echt daar tussen de mensen: wat speelt er?”
Later werd hij werkcoach in de arbeidsontwikkeling. Hij begeleidde uiteenlopende doelgroepen richting werk. Totdat één ding opviel: hij sprak meerdere talen. En hij had iets anders: het fingerspitzengefühl om mensen vanuit andere culturen te begeleiden.
Cultuursensitief zijn, zit geïntegreerd in mijn hele systeem
Tijdens de massale komst van statushouders en nieuwkomers bleek hoe groot de behoefte was aan begeleiding die verder ging dan regels en formulieren. Caspar vond zijn missie.
Misinformatie
Voor een gemeente ontwikkelde Casper groepstrainingen voor nieuwkomers. Want, zag hij, informatievoorziening schoot tekort.
“Mensen dachten bijvoorbeeld: als ik ga werken, raak ik mijn huurtoeslag kwijt en kom ik in de problemen. Er was zoveel misinformatie.”
Maar hij zag ook iets anders: potentie. Mensen die al 12 of 13 jaar in Nederland waren, genaturaliseerd zelfs, maar nog steeds aan de kant stonden.
“Ze hebben talent. Alleen, er is verkeerde informatie. En soms ook verkeerde verwachtingen.”
Hij wilde het breder uitdragen. Landelijk. Maar binnen zijn dienstverband bleef het beperkt tot enkele gemeenten.
“Toen dacht ik: als ik beperkt blijf tot één regio, ga ik mijn missie niet waarmaken. Dus heb ik mijn baan opgezegd en ben ik voor mezelf begonnen.” Dat is nu ruim twee jaar geleden.
De vergeten groep ‘oudkomers’
Bij Laborijn, uitvoeringsinstantie voor de gemeenten Doetinchem en Aalten, startte hij als cultuurjobcoach voor nieuwkomers. “Volgens mij was ik de enige in het team met een andere achtergrond, die meerdere talen spreekt en andere culturen goed kent.”
Al snel zag hij een vergeten groep: de ‘oudkomers’. Mensen die onder de oude inburgeringswet vielen. Ooit een lening gekregen, ‘zoek het maar uit’, en daarna verdwaald in het systeem. “Ik zei: deze doelgroep vergt een speciale aanpak. Geef mij de kans en ik garandeer dat er duurzaam uitstroom komt.”
De reactie? In eerste instantie twijfel. “Men dacht: dit kan niet meer. Deze mensen begeleiden we al zo lang.”
Toch kwam er een project. En het werkte. “De één is nu leraar. De ander vrachtwagenchauffeur. Weer iemand werkt in een magazijn. Iedereen doet mee in de maatschappij,” zegt Casper, zichtbaar trots.
Wij worden eindelijk serieus genomen
Welke snaar raak jij dan? Wat is het geheim?
“Als je de culturele aspecten niet begrijpt, praat je langs elkaar heen,” legt hij uit. “Iemand zegt: ik was kinderopvangmedewerker. En dan wordt gezegd: dat kan niet, je moet B1-niveau hebben, misschien is schoonmaker iets voor jou. Dat is een shock.”
Hij doet het anders.
“Het gaat om iemands doelen en ambities. Laat iemand het proberen. Als het niet lukt, komt die overtuiging van binnenuit. Dan beweegt iemand veel makkelijker mee.”
Hij geeft mensen het stuur terug.
“Als je zegt: dat kan niet, dan heb je geen verbinding.” En dat voelen mensen. “Wat ik vaak hoor? ‘Wij worden eindelijk serieus genomen.’”
Eén gesprek kan het tij keren
Het verhaal van een jonge man uit Soedan blijft hangen. Fitte jongen, grote ambities, maar teleurgesteld geraakt. Depressief. Geïsoleerd. Hij wilde niet meer leven.
“Bij de selectie zou hij in de groep vallen: met rust laten. Maar ik voelde iets.”
Tijdens het gesprek vroeg Casper welke talen hij sprak. Arabisch bleek er één van. Casper ook. Hij geeft bij de begeleider aan dat het verstandig is om in het Arabisch te praten. “De begeleider wilde het eerst niet. Maar ik zei: het gaat om hem. Hij moet dit bepalen.”
Ze schakelden over naar Arabisch. De toon veranderde. Het vertrouwen groeide.
“Ik was confronterend. Ik zei: ik wil je helpen, maar dan moet je meewerken. Hij zei: er zijn al zoveel mensen die mij wat hebben beloofd.”
Casper antwoordde: “Geef mij die kans.” De man liep stage bij Arriva. Kreeg daarna een betaalde baan op het station. Vandaag de dag is hij dolgelukkig. Hij doet weer mee.
“Soms denk ik: er was één gesprek voor nodig om het tij te keren.”
Het gaat niet alleen om taal
Casper spreekt Engels, Duits, Zweeds, Armeens (zijn moedertaal), Arabisch (ook moedertaal), Koerdisch en inmiddels leert hij ook Spaans. Maar hij is helder: taal alleen is niet genoeg.
Hij vertelt over een situatie waarin een kandidaat werd overgedragen aan een collega die ook Arabisch sprak. Tijdens het gesprek vertelde de kandidaat over vernederingen in Damascus. De nieuwe coach begon over zijn eigen ervaringen, hoe hij het daar beter had gehad.
“Hij miste totaal de verbinding.” Na afloop zei de kandidaat tegen Casper: “Ik had niet verwacht dat jij mij zo in de steek zou laten.” “Dus ik zei: hoezo, je krijgt weer iemand die Arabisch spreekt?!” “Ja maar", zei hij, "ik praat over A en deze man over B.”
“Taal is belangrijk,” zegt Casper. “Maar het gaat om meeleven. Begrijpen wat iemand voelt. Aandacht geven. De toon maakt de muziek. En vooral toekomst bieden!” Zijn training heet niet voor niets Mijn perspectief.
Levenservaring als fundament
Is dit werk mede ontstaan door jouw eigen achtergrond? “Ja,” zegt hij zonder aarzelen. “Wat ik heb meegemaakt, daar kan ik een boek over schrijven.”
Tien jaar zonder verblijfsvergunning. Rondzwerven door het land. Op straat slapen. Illegaliteit. Uitsluiting. Ga er maar aanstaan. “Ik weet precies wat het betekent om niet serieus genomen te worden. Als ik zeg: ik snap jou, dan komt dat anders aan.”
Hij kwam met zijn ouders naar Nederland. “Dat was misschien nog erger. Je ziet je vader en moeder die al op leeftijd zijn zo behandeld worden. Dat doet wat met je.” Maar hij is dankbaar. “Het heeft mij gesterkt. Ik ben een nieuw persoon geworden. Ik kan tegen stoten. Ik heb een dikke huid gekregen.”
De kracht van één persoon
Casper heeft zelf ook iemand die in hem gelooft: zijn vrouw. “Toen ik haar leerde kennen, werkte ik in restaurants. Zij zei: waarom ga jij niet studeren? Ik dacht: het hoeft niet meer.” Hij deed toelatingsexamen voor hbo Bestuurskunde. Slaagde in één keer.
“Je hebt soms maar één persoon nodig die zegt: ik geloof in jou. Dat heeft mijn leven veranderd. Dus als iemand tegen mij zegt: niemand gelooft meer in mij, dan zeg ik: jawel. Ik geloof in jou.”
Noloc-certificering
Na zijn jobcoachopleiding bij een Noloc-geaccrediteerde opleider sloot hij zich direct aan bij de beroepsvereniging. “Ik neem het vak serieus. Het beroep is niet beschermd. Als je Noloc-geregistreerd bent, laat je zien dat je kwaliteit levert.”
Het hielp hem direct. Een gemeente stelde Noloc-certificering als voorwaarde voor een zzp-overeenkomst. “Toen kon ik zeggen: dat ben ik al.”
Ook in de interim-ledenraad voelt hij zich op zijn plek. “Ik zag de vacature en dacht: ik kan iets toevoegen vanuit het culturele aspect. We kunnen elkaar versterken, ervaringen delen.”
Mens versus systeem
Over technologie en AI is hij nuchter. “In jobcoaching ben je op emotioneel vlak bezig. Iemand die in een diep dal zit, haal je daar niet uit met een robot.”
Wat hem wél frustreert? Bureaucratie. Hij vertelt over een man in een UWV-traject die specifiek hem vroeg als coach. Casper wilde helpen, zonder zijn financieel belang voorop te stellen. Maar regels stonden in de weg. Geen contract, geen directe samenwerking.
“Het kostte me zoveel tijd en energie. Waar gaat het over? Over een man die ziek thuis zit en vertrouwen in mij heeft.”
Dan wordt hij strijdlustig. “Dat wil ik aankaarten bij de ledenraad om te kijken of we hier iets aan kunnen doen. Als iets in de praktijk niet werkt, waarom houden we het dan in stand?”
Van hopeloos naar kansrijk
Over hoeveel nieuwkomers praten we eigenlijk? “Megagroot,” zegt hij. “Alleen al in kleine plaatsen als Aalten en Doetinchem is de gemeenschap enorm.”
Er is werk aan de winkel. En hij is nog lang niet klaar.
“Ik wil collega’s inspireren. Zodat men denkt: het is kansrijk om met deze groep te werken, in plaats van: het is hopeloos.”
Hij glimlacht. “Van hopeloos naar kansrijk, dat heeft de praktijk laten zien.”
En dat boek ...
Gaat jouw boek er ooit nog komen? Hij lacht. “Ik denk het wel. Maar ik wil niet arrogant overkomen. Het gaat niet om mij.”
Toch weet hij wat zijn verhaal kan doen. Toen hij het ooit deelde met beleidsambtenaren en directieleden bij het Ministerie over inclusie, uitsluiting en onbewuste discriminatie, waren er tranen. Een staande ovatie.
“Het opent ook oude littekens. Het is een herbeleving.”
Maar opgeven is geen optie. En misschien komt dat boek er ooit. Misschien ook niet. Voor nu bouwt hij liever aan andere verhalen. Aan levens die 180 graden kunnen kantelen.
Zijn missie is helder. Casper gaat niet gewoon door: hij maakt het verschil.