Van school naar duurzaam werk: de regio aan zet
Kwartiermaker Ellen de Graaf vertelt hoe onderwijs, gemeenten en uitvoeringspartners in Noord-Holland Noord samen bouwen aan een regionale aanpak die jongeren beter begeleidt van school naar werk.
“Samenwerken klinkt vanzelfsprekend. In de praktijk vraagt het visie, energie en vooral volhouden.” Met die woorden blikt kwartiermaker Ellen de Graaf terug op anderhalf jaar bouwen aan het regionale programma ‘Van school naar duurzaam werk’ in de Kop van Noord-Holland. En precies daar zit de kern van deze nieuwe wet: landelijke ambities die alleen slagen als ze regionaal tot leven komen. 
Regionale motor achter landelijke ambitie
Sinds 1 januari 2026 is de wet van kracht, een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van OCW en het Ministerie van SZW, gericht op begeleiding van jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt bij een succesvolle overgang van school naar werk. Waar het landelijke kader richting geeft, brengen 40 Doorstroompuntregio’s de ambitie in de praktijk. Daar bundelen onderwijs, gemeenten en uitvoeringspartners hun krachten in vierjarige programma’s.
In de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord doen drie regio’s – Kop van Noord-Holland, West-Friesland en Noord-Kennemerland – dat samen. Geen toeval, volgens De Graaf, samenwerking vergroot de slagkracht: “Het is heel logisch om dit met elkaar te doen, er was al een hele historie van nauwe samenwerking rondom duurzaam werken.”
De uitkomst: een gezamenlijk programma, opgebouwd vanuit praktijkinput, met een gedeelde visie en concrete afspraken over samenwerking, interventies en resultaten.
Van losse aanpakken naar één integrale keten
De nieuwe wet brengt bestaande aanpakken samen, zoals de bestrijding van voortijdig schoolverlaten (vsv) en jeugdwerkloosheid. Dat leidt tot een fundamentele verschuiving: van losse interventies naar één doorlopende ontwikkellijn voor jongeren tot 27 jaar.
Wat verandert er concreet?
- Meer nadruk op samenwerking in de hele keten
- Extra aandacht voor overgangen (bijv. van vso naar mbo)
- Jongeren zonder startkwalificatie langer in beeld houden (tot 27 jaar i.p.v. 23 jaar)
- Sterkere focus op duurzaam werk en blijven ontwikkelen, niet alleen diploma’s
De Graaf: “Die combinatie van school en duurzame arbeid is echt een verandering. Maar vooral: de samenwerking wordt explicieter georganiseerd om jongeren perspectief te bieden.”
Hoe ziet zo’n regionaal programma eruit?
Een regionaal programma is geen papieren plan, maar een werkagenda. In de Kop van Noord-Holland is die opgebouwd rond:
- Gezamenlijke governance: een beleidsgroep met onderwijs, gemeenten en uitvoering
- Concrete projecten: van jongerenwerk tot jobcoaching
- Heldere doelen: blijvend minder uitval, betere doorstroom, duurzame plaatsing
- Praktische werkafspraken: wie doet wat, wanneer en met welk resultaat?
Opvallend is dat al diverse initiatieven in gang zijn gezet. Denk aan:
- Jongerenwerkers op ISK en mbo die verzuim aanpakken
- Succesvolle inzet van gecertificeerde jobcoaches via Agros voor jongeren met schoolinschrijving (preventief, gericht op vaardigheden en stage)
“We zijn niet vanaf nul begonnen. Maar door de wet krijgt wat we deden véél meer samenhang en richting.”
Er gaat ook gewerkt worden met een nieuwe online applicatie, waarmee jongeren die uitstromen naar werk beter in beeld blijven. Dreigt iemand uit te vallen, dan kunnen betrokken organisaties sneller schakelen en informatie delen. Hierdoor ontstaat een sluitende samenwerking die voorkomt dat jongeren tussen wal en schip raken. “Jongeren in beeld houden was altijd al belangrijk, maar krijgt binnen dit programma nog meer accenten en een stevigere uitwerking dan voorheen.”
Die preventieve aanpak zie je op meerdere fronten terug. Zo moet switchen tussen mbo-opleidingen makkelijker worden en brengen vo- en mbo-scholen jongeren eerder gezamenlijk in beeld via zogenoemde 'overstaptafels'. Het doel: een warme overdracht, een soepele start én een warm vervolg op het mbo.
De kracht (en uitdaging) van samenwerking
De grootste winst? Dat partijen elkaar structureel weten te vinden. Maar dat gaat niet vanzelf. Ze moeten “op stoom komen”. De missie van De Graaf: “Het zou voor mij geslaagd zijn als samenwerken vanzelfsprekend wordt. Dat professionals denken: deze kwetsbare jongere heeft begeleiding nodig, dus ik bel die partner, we pakken dit samen op.” Dat vraagt om gedeeld eigenaarschap, korte lijnen, vertrouwen tussen organisaties en doorzettingsvermogen.
Wat betekent dit voor Noloc-leden?
De wet bevat een aantal maatregelen waaronder aanvullende loopbaanbegeleiding. Voor loopbaanprofessionals en jobcoaches ligt hier een duidelijke kans. De uitvoering speelt zich grotendeels af in regionale netwerken en samenwerkingsverbanden. Daar worden keuzes gemaakt, projecten ingericht en ondersteuning georganiseerd.
Waar liggen kansen?
- Sluit aan bij arbeidsmarktregio’s en werk samen met onderwijs, gemeenten en uitvoerders
- Positioneer professionele loopbaanbegeleiding als essentieel onderdeel van duurzame inzetbaarheid
- Versterk bestaande initiatieven met specialistische kennis en kunde van de arbeidsmarkt
Van systeem naar praktijk
De Graaf heeft haar kwartiermakerschap per 1 maart jl. overgedragen. Ze blijft nog tot 1 augustus betrokken en kijkt met vertrouwen naar de toekomst. De wet ‘Van school naar duurzaam werk’ is geen nieuw begin, maar een volgende stap. De echte verandering zit niet in beleid, maar in gedrag en uitvoering.
Of zoals De Graaf het samenvat: “De basis ligt er. Nu is het tijd om verder te bouwen.” Zij heeft meegeholpen aan het fundament waarop de regio de komende jaren verder kan bouwen aan betere kansen voor jongeren. “Ik zou er trots op zijn als we over vier jaar kunnen zeggen: dit hebben we met elkaar bereikt.”