Arbeidsmarktpatronen van mensen die werk(t)en met een Jobcoach

Tussen 2013 en 2018 zijn ongeveer 25.000 mensen gestart met een baan waarbij ze vanuit UWV begeleiding kregen van een jobcoach. Van deze groep heeft 95% een Wajonguitkering (Wet Arbeids Jonggehandicapten) en 5% een WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Er is nog weinig bekend over hoe het deze mensen vergaat op de arbeidsmarkt en over de effectiviteit van jobcoaching. Daarom hebben UWV en het Ministerie van SZW aan de SEOR gevraagd hier onderzoek naar te doen.

Het onderzoek brengt in beeld hoe het de mensen die werk(t)en met een jobcoach vergaat op de arbeidsmarkt en welke begeleiding ze daarbij hebben gekregen. Hoewel de verkregen informatie niet geïnterpreteerd kan worden in termen van effectiviteit geeft het wel inzicht in hoe vaak jobcoaching slaagt. Jobcoaching wordt ingezet om mensen met een beperking in staat te stellen om in een reguliere functie aan de slag te gaan en te blijven. Belangrijke doelstellingen daarbij zijn werkbehoud en verbetering van de kwaliteit van werk.

Drie jaar na de start van de jobcoaching werkt ruim 60% van de Wajongers nog steeds of weer, waarvan de helft nog een jobcoach heeft. Bij de WGA’ers is dit 50% en heeft een derde nog een jobcoach. Wanneer mensen hun baan verliezen blijkt dat een derde erin slaagt om direct door te stromen naar een andere baan, een vierde geen ander werk meer vindt en de rest van de groep er gemiddeld 5 tot 6 maanden over doet om een nieuwe baan te vinden.

Binnen de groep mensen die werk(t)en met een jobcoach, zijn 4 duidelijk verschillende arbeidsmarktpatronen waarneembaar. Een groep die vrij snel zelfstandig aan het werk is, een groep die langdurig blijft werken met een jobcoach, een groep die vrij snel het werk verliest en daarna lange tijd zonder werk zit en een groep die in de jaren na de start van de jobcoaching meerdere keren van arbeidsmarktsituatie wisselt. Deze vier groepen, die ongeveer even groot zijn, zijn zichtbaar bij zowel de Wajongers als de WGA’ers.

In het onderzoek is over de onderzoeksperiode ook gekeken naar de werkgevers. De ruim 25.000 werknemers uit dit onderzoek, werkten bij ongeveer 15.000 werkgevers. Ieder jaar stroomden nieuwe werkgevers in en vielen andere werkgevers af. Over de gehele periode is het aantal werkgevers van mensen die werken met een jobcoach met 20% gestegen.

Tenslotte is er in het onderzoek ook gekeken in hoeverre vervolgonderzoek naar de netto-effectiviteit van jobcoaching haalbaar is. De twee opties met het meeste perspectief zijn effectmetingen op basis van het experimenteren met een nieuwe vorm van jobcoaching en de variatie in besluitvorming van arbeidsdeskundigen. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar een vergelijking tussen de huidige vorm van jobcoaching en een uitgebreidere vorm, de ‘jobcoaching plus’ waarbij begeleiding intensiever is, de jobcoach meer taken heeft in bijvoorbeeld de thuissituatie of bij dreigende baanbeëindiging. Een effectmeting op basis van variatie in de besluitvorming van arbeidsdeskundigen, kan wanneer er voldoende variatie is in de beoordeling welk regime nodig is en mensen willekeurig aan arbeidsdeskundigen worden toegewezen. In dat geval kan een effect gemeten worden van de intensiteit van jobcoaching.

Over deze mogelijke vervolgstappen wordt met een aantal partijen verder gekeken en gewerkt aan een passende onderzoeksvraag. Noloc is hierin ook partner.

Zie voor het volledige rapport 'Arbeidsmarktpatronen van mensen die werk(t)en met een jobcoach'

Verder nog een persbericht van OVAL over het onderoek en het artikel 'Deel arbeidsbeperkten duurzaam aan het werk met hulp van jobcoach' (Marloes de Graaf-Zijl, ESB)